Viering 4 april 2026, Stille Zaterdag
Mirjam & Maria
HET BEGIN
Welkom, mededelingen
Van harte welkom in deze paasviering op Stille Zaterdag. Afgelopen donderdag stonden we stil bij de laatste maaltijd en de gebeurtenissen op Goede Vrijdag. En bij het belang van dromen, om ook in een hectische, onzekere tijd te blijven geloven dat het verhaal van recht en vrede doorgaat, dat het licht aanblijft. Het koor zong prachtig en zelfs Gregoriaans, misschien wel voor het eerst in onze 50-jarige geschiedenis.
Zingen: Veertig dagen
Inleiding op de viering
Vandaag beginnen we bij de stilte van de laatste avond en de verlatenheid van een kwetsbare Jezus. Wij nemen met elkaar een moment van stilte om daar bij stil te staan.
Daarna horen we twee verhalen. Eén uit Exodus, het boek van de uittocht. Hier gaat het om de belangrijke rol van Mirjam, de zuster van Mozes. Het tweede uit het evangelie volgens Lucas. Daarbij kijken we vooral naar de belangrijke rol van de vrouwen in de verhalen, met Maria van Magdala als eerstgenoemde. Wij gaan op zoek naar de betekenis die deze verhalen kunnen hebben voor ons, vandaag.
Wij kunnen er niet omheen: als we vandaag de namen ‘Israël’ en ‘Joods’ horen, denken we onmiddellijk aan de wandaden van de staat Israël in onze tijd. De genocide in Gaza, de ontwrichtende aanval op Iran, de aanvallen op Libanon, de aangenomen wet op de doodstraf. Het is vreselijk, en wij worden geroepen om hiertegen protest aan te tekenen. Misschien dat juist de verhalen van uittocht en opstanding ons daarin inspireren.
IN DE STILTE
Zingen: Bleibet hier und wachet mit mir
Lezen: Marcus 14, 32 – 42
Zij kwamen bij een olijfgaard die Getsemane heette, en hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Blijven jullie hier zitten, terwijl ik ga bidden’. Hij nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee. Hij voelde zich onrustig en angstig worden en zei tegen hen: ‘Ik voel me dodelijk bedroefd, blijf hier waken.’ Hij liep nog een stukje verder, liet zich toen op de grond vallen en bad dat dit uur zo mogelijk aan hem voorbij mocht gaan.
Hij zei: ‘Abba, Vader, voor u is alles mogelijk, neem deze beker van mij weg, maar laat niet gebeuren wat ik wil, maar wat u wilt.’ Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je? Kon je niet één uur waken? Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.’
Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor. Toen hij weer terugkwam, lagen ze opnieuw te slapen, want hun ogen vielen steeds dicht, en ze wisten niet wat ze hem moesten antwoorden.
Toen hij voor de derde maal terugkwam, zei hij tegen hen: ‘Liggen jullie daar nog steeds te slapen en te rusten? Het is zover: het ogenblik is gekomen waarop de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de zondaars. Sta op, laten we gaan, hij die me uitlevert is al vlakbij.’
In de stilte, in het duister
Na de paasmaaltijd vertrekken Jezus en de groep vrienden om hem heen naar de hof van Gethsemane. Jezus realiseert zich dat hij spoedig zal sterven. In het duister en de stilte van dat besef vraagt hij zijn vrienden bij hem te blijven en met hem te waken en te bidden.
Het is een ontroerende scène, waarin wij Jezus zien in een kwetsbare, afhankelijke positie. Het is een zuiver menselijke positie van voortijdige rouw, een positie die iedereen zal herkennen die in rouw verkeert of verkeerde.
Het bracht me op twee persoonlijke herinneringen.
Op de avond voordat Miep van Elk zou overlijden, speelde ik met mijn collega Juul Beerda een voorstelling in Deventer. Ik zag enorm op tegen de nacht en vroeg Juul en mijn regisseur Heleen om mij na afloop een eindje de nacht in te helpen, door samen wat te drinken op de Brink. Dat wilden zij en ik ben hen er altijd dankbaar voor gebleven.
Een tweede verhaal gaat terug naar het afscheid van Aty. Via Marion en Aty maakten wij kennis met de vigilie, de midden-in-de-nachtviering in sommige kloosters. Buiten is het aardedonker. In de ijskoude kerk brandt alleen het lampje op de lezenaar van de voorzanger. Het is stil, totdat iemand begint te zingen. De vigilie is een uitnodiging om te leren ‘de nacht te vertrouwen’, de duisternis te vertrouwen. Het mysterie tegemoet te treden met de moed die openstaat voor het leven. Wie die moed kan opbrengen zal zien, soms even, dat het licht schijnt in de duisternis. Sterker nog, dat de duisternis zelf licht wordt.
Ik nodig jullie uit om de stilte in te gaan met deze drie verhalen. De kwetsbaarheid van Jezus in zijn laatste nacht, je eigen kwetsbaarheid en het vertrouwen op het licht.
Stilte
Zingen: Bleibet hier und wachet mit mir
UITTOCHT / HET VERHAAL VAN MIRJAM
Lezen: Exodus 2, 1 – 10
Een man uit de stam van Levi trouwde met een vrouw uit diezelfde stam. Zij werd zwanger en bracht een zoon ter wereld. Het was een mooi kind en ze hield het verborgen, drie maanden lang.
Toen ze geen kans zag haar zoon nog langer verborgen te houden, nam ze een mand van papyrus, bestreek die met pek en teer, legde het kind er in en zetten de mand tussen het riet langs de oever van de Nijl. De zuster van het kind ging een eind verderop staan, om te zien wat er met hem zou gebeuren.
Even later kwam de dochter van de farao naar de Nijl om te baden, terwijl haar dienaressen langs de rivier heen en weer liepen. Zij ontdekte de mand tussen het riet en liet die door een van haar slavinnen ophalen. Ze maakte de mand open en zag daarin het kind. Het jongetje huilde en vol medelijden zei ze: ‘Dat moet een Hebreeuws kind zijn’. Toen kwam de zuster van het kind haar vragen: ‘Zal ik b ij de Hebreeuwse vrouwen een voedster zoeken om het kind voor u te voeden?’ ‘Ja, doe dat maar’, antwoordde de dochter van de farao, waarop het meisje de moeder van het kind ging halen. De dochter van de farao zei tegen de vrouw: ‘Neem dit kind mee en voed het voor mij. Ik zal u ervoor betalen.’ De vrouw nam het kind mee en voedde het. Toen het groot genoeg was, bracht ze het naar de dochter van de farao. Deze nam het kind aan als haar eigen zoon, Ze noemde hem Mozes, ‘want’, zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.’
Zingen: Hoe ver te gaan
Overweging: Mirjam gaat voorop
Mirjam.
Zonder Mirjam, de zus van Mozes, was Exodus een heel kort boek geworden. Zonder Mirjam zou het volk voor altijd in slavernij gebleven zijn en nooit de weg van bevrijding hebben kunnen gaan.
Dankzij Mirjam werd het verhaal van de uittocht uit Egypte het centrale verhaal van bevrijding in de Joodse traditie, en voor vele andere onderdrukten daarna.
Alles begint met het spannende verhaal dat Leny net las, met louter vrouwen in de hoofdrol. Wat voorafging: in Egypte breidde het aantal Israëlieten zich fors uit. Farao dwingt ze tot nog zwaardere arbeid, maar het helpt niet. Hij besluit nu dat alle Joodse jongetjes direct na de geboorte moeten worden vermoord. Zo wil hij voorkomen dat het volk nog talrijker en machtiger wordt. Hij geeft twee vroedvrouwen, Sifra en Pua, de opdracht om goed op te letten als er een kind wordt geboren. Is het een meisje, dan mag het blijven leven. Is het een jongetje, dan moeten ze het doden.
Als deze list mislukt, geeft farao opdracht om alle Joodse jongetjes in de Nijl te gooien, en te laten verdrinken. Mooi niet, denkt een vrouw uit de stam van Levi die een jongetje baart. De tekst vermeldt: een mooi jongetje, maar ja, elke moeder vindt haar kind mooi. Toch? Na drie maanden kan ze het kind niet langer verbergen, waarschijnlijk horen de buren het gehuil van de baby. Dan volgt de geschiedenis zoals we net hoorden. Met een hoofdrol voor de zuster van het jongetje en een slim plan van aanpak van Mirjam. Het verhaal is rijk een details. Bijvoorbeeld: hoe weet de dochter van de farao eigenlijk dat het een Hebreeuws jongetje is? Jawel, omdat hij besneden is, ze herkent ‘m aan zijn piemel.
In de rabbijnse traditie groeit Mirjam uit tot een profetes, en een van de drie leiders van het volk, naast Mozes en Aaron. Rond haar ontstond nog een bijzonder, vreemd verhaal, waarmee ze voor het eerst helpt het verhaal verder te helpen. De tekst opent met een man uit de stam van Levi, die met een vrouw uit dezelfde stam trouwt. Hoe zit dat, want Aaron en Miriam zijn ouder dan hun broer Mozes.
Dat zit zo: de ouders heten Jochebed en Amram. Na het besluit van farao om alle Hebreeuwse jongetjes te doden, zegt Amram: ‘waarom zouden wij nog kinderen voortbrengen als ze gedood worden?’. Dan kunnen we beter scheiden, en hij scheidt van zijn vrouw. Omdat hij een belangrijk persoon is, volgt ‘heel Israël’ dit voorbeeld.
Dan zegt Mirjam: ‘Stop, wacht. Op deze manier komen er nooit meer zonen en dochters ter wereld. Zo verdwijnt ook elke mogelijkheid om te ontsnappen aan de ellende waarin wij leven. Een baby die geboren werd en stierf als gevolg van het decreet van de farao, zou de Komende Wereld bereiken. Een ongeboren kind niet. Elk kind dat geboren wordt, belichaamd de hoop op verandering.’
Dat is voor Amram reden om te hertrouwen. Uit dit tweede huwelijk tussen dezelfde mensen wordt Mozes geboren. Dit is de eerste keer dat Mirjam het verhaal verder helpt. Samen met haar moeder en de dochter van de farao doorkruisen zij ‘het strengste asielbeleid ooit’. Zij legaliseren het jongetje door hem onder te brengen in het paleis.
Het valt op, dat in dit Bijbelgedeelte nog niemand een naam heeft. De moeder en vader van het jongetje niet, het jongetje zelf niet, zijn zuster niet. Dat schept veel ruimte om jezelf in dit verhaal te plaatsen.
Je hoeft niet Mirjam te worden, of de dochter van farao, of de moeder van Mozes. Je hoeft niemand anders te worden. Je kunt op jouw plaats, in jouw tijd, met jouw mogelijkheden helpen om het verhaal van bevrijding door te laten gaan. Met alle kleine en grotere daden van liefde, recht en compassie die je in je leven deed, doet of nog zult doen. Dat vind ik een bevrijdende gedachte.
Mirjam wordt een van de drie leiders van de uittocht. Uiteindelijk trekt het Hebreeuwse volk weg uit slavenland Egypte, dwars door de zee. Aan de overkant is het tijd voor feest. Mirjam pakt haar tamboerijn en danst met alle andere vrouwen de vrijheid in, het licht in. En kijk: onze Mirjam Rookmaaker was een van de vrouwen die ons op het spoor van sacred dance bracht. En kijk: de tekst werd gelezen door Leny, die ook een passie voor dans heeft. Daarom luisteren we nu naar ‘Dance into the light’ van Phil Collins.
Muziek: Dance into the light
Het is er, in de ogen van de kinderen
In de lachende gezichten achter de ramen
Je kunt naar buiten komen, open de deuren
Veeg weg de tranen van vrijheid
Hier zijn we, geen weg terug
We hebben elkaar, wij hebben één stem
Hand in hand leggen we de sporen aan
Voor de trein die ons thuisbrengt
Kom, dans met mij, dans het licht in
Iedereen, dans met mij het licht in
Je hoeft meer te schuilen in de schaduw van de angst
Er zijn geen ketenen meer die je binden
De toekomst is van jou, jij houdt de sleutel vast
Met vrijheid zijn er geen muren meer
Nu we hier zijn, gaan we niet terug
Wij zijn één wereld, wij hebben één stem
Zij aan zij, wij zijn niet bang
De trein komt, om ons thuis te brengen
Dans met mij het licht in
De stenen worden ondertussen weggerold
Collecte voor Neve Shalom / Wahat al Salam
De collecte is bestemd voor Neve Shalom / Wahat al Salam, een vredesdorp waar Arabieren en Joden samen leven.
OPSTANDING / HET VERHAAL VAN MARIA
Luisteren: Het zal in alle vroegte zijn
Lezen: Lucas, 28, 1 – 10
Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf, met de geurige olie die ze bereid hadden. Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van Jezus niet. Hierdoor raakten ze helemaal van streek.
Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. Zij werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ Toen herinnerden zij zich zijn woorden. Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en alle anderen vertellen wat er was gebeurd. De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus en nog enkele vrouwen die hen vergezelden.
Zingen: Wat dreef mij naar het graf?
Overweging: Maria van Magdala is de eerste
De Maria’s in actie.
In de versie van de evangelist Lucas helpt een groep vrouwen op een kruispunt in de vertelling het verhaal verder. Wie zegt dat de Bijbel vooral een mannenboek is, heeft het mis. Ook hier spelen vrouwen de hoofdrol, de mannen blijven verdrietig en verslagen thuis.
De vrouwen heten Maria van Magdala, Johanna, Maria, de moeder van Jakobus, en nog enkele vrouwen die hen vergezelden. Zij horen bij de groep die Jezus volgt. Opgelet: ook in dit verhaal krijgen de hoofdpersonen aanvankelijk geen naam. Pas aan het einde worden zij met name genoemd. Ook hier kun je jezelf in het verhaal plaatsen, je hoeft geen Maria van Magdala, Johanna of moeder van Jakobus, geen Gandhi of geen Martin Luther King, te worden om ervoor te zorgen dat het verhaal doorgaat. Je kunt op jouw plaats, in jouw tijd, met jouw mogelijkheden helpen om het verhaal van bevrijding door te laten gaan. Met alle kleine en grotere daden van liefde, recht en compassie die je in je leven deed, doet of nog zult doen.
Na de gebeurtenissen op vrijdag ligt het verhaal stil op zaterdag, de sabbat. Lucas vertelt dat de vrouwen vroeg op de eerste dag van de week naar het graf gaan. Zij nemen ‘kruiden van de dood’ mee, ‘welriekend, zacht en geurig’. Dat klinkt vanzelfsprekend: zij gaan volgens goede Joodse traditie het lichaam zalven. Maar dat is het niet, het roept twee vragen op.
Ten eerste: waarom gaan de vrouwen met olie naar het graf, als ze weten dat Jezus op de derde dag zal opstaan? Ten tweede: Jezus is al eerder door een onbekende vrouw gezalfd, met het oog op zijn begrafenis. Zij gaan dus een dode verzorgen die in feite al gebalsemd is én niet meer dood is! Deze literaire vondst zet de lezer op scherp en verhoogt de spanning over de vraag hoe het de vrouwen daar zal vergaan.
De vrouwen komen aan bij het graf en zien dat de steen is weggerold. Grappig genoeg vermeldt Lucas helemaal niet dat er een steen voor het graf is gerold. De lezer wordt verondersteld te weten dat dat gewoonte is bij een rotsgraf.
De vrouwen durven naar binnen te gaan en vinden daar Jezus’ lichaam niet. Als ze naar buiten gaan, zien zij de twee engelen, en worden zij ‘door schrik bevangen’. De twee engelen openen hun tekst met hun rake opmerking: ‘Wat zoek je de levende bij de doden?’. Dan herinneren de vrouwen zich de belofte dat Jezus uit de dood zou opstaan. Zij gaan terug naar huis, maar de mannen geloven hen niet, ze vinden het kletspraat. Is het niet mooi, dat de mannen het verhaal uit de tweede hand, de vrouwenhand, moeten horen?
Mij fascineren in het verhaal deze vier woorden: de steen is weggerold. Ik verbind het met de steen die zwaar op je maag kan liggen. Verdriet, zorgen, angst, onzekerheid, gemis, wanhoop, eenzaamheid, pijn. Deze gevoelens en gedachten zetten je in het duister. Zij verhinderen dat het licht je leven binnenvalt. Perspectief ontbreekt.
Als de steen is weggerold, kan het licht weer binnen komen en het perspectief zich openen. Het is zeker niet zo, dat alles totaal anders is dan voorheen. Dat zou te gemakkelijk zijn en de Bijbel is geen gemakkelijk receptenboek.
Het is wel zo dat er letterlijk een ander licht op je leven valt, als de steen is weggerold. Het licht is het licht van het leven. Van het diepe besef dat je geroepen, bedoeld, bestemd bent om op te staan en te leven.
Dat je de weg gaat die je goed doet, dat je opstaat wanneer je valt. Dat je mens wordt in Gods ogen en in die van anderen. Dat je weet dat de aarde je draagt, dat je gaat in het licht, want de steen die je hart bezwaarde, de steen is weggerold.
Het licht breekt door, in ons
Muziek: Gracias a la vida
Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven.
Het gaf me twee ogen, die, als ik ze open,
perfect het zwart van het wit onderscheiden
en in de hoge hemel, de met sterren bezaaide diepte
en in de menigte de man van wie ik houd.
Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven.
Het heeft me gehoor gegeven dat in zijn volle bereik,
de nacht en de dag, krekels en kanaries
hamers, turbines, geblaf en regenbuien opvangt,
en de zo tedere stem van mijn geliefde.
Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven.
Het heeft me geluid en het alfabet gegeven;
daarmee de woorden die ik denk en spreek:
moeder, vriend, broer en licht dat de weg verlicht
naar de ziel van degene die ik liefheb.
Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven.
Het heeft vaart aan mijn vermoeide voeten gegeven ;
met hen liep ik door steden en plassen,
stranden en woestijnen, bergen en vlakten,
en door jouw huis, jouw straat en jouw tuin.
Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven.
Het heeft me een hart gegeven dat heftig slaat
als ik de vrucht van het menselijk verstand zie,
als ik het goede zo ver van het kwade zie,
als ik in de diepte van jouw heldere ogen kijk.
Dank aan het leven dat me zoveel heeft gegeven.
Het heeft me de lach en de traan gegeven.
Zo onderscheid ik geluk van verdriet,
de twee elementen die mijn lied vormen,
en jullie lied, dat eenzelfde lied is,
en het lied van allen, dat mijn eigen lied is.
Dank aan het leven.
HET SLOT
Zingen: Dat je de weg mag gaan die je goed doet
De zegen mee
Zegen ons met een onrustig hart
Dat ontevreden klopt als we mooie leugens
En ongemakkelijke woorden horen
Zegen ons met daadkracht
Als mensen worden uitgebuit,
Weggeschopt en opgesloten
Zegen ons met woede
Om het onrecht te weerstaan
Om voor recht te staan
En te vechten voor vrede
Zegen ons, met de moed om op te staan
Met het lef om het verhaal verder te helpen
Met de kracht het licht brandend te houden
Colofon
Muziek:
Dance into the light, Phil Collins
Gracias a la vida, Mercedes Sosa & Joan Baez
Collecte:
De collecte is bestemd voor Neve Shalom / Wahat al Salam, een vredesdorp waar Arabieren en Joden samen leven.
Je kunt je bijdrage storten op bankrekening NL17 TRIO 0379 2541 15, ten name Stichting OBA, onder vermelding van ‘collecte 4 april’.



