Viering 18 oktober 2026
Bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders

Welkom
Mededelingen
We steken de paaskaars aan
“Dat er licht mag zijn
in onze ogen, harten en gedachten,
licht op deze plaats, licht dat aan blijft “
Zingen: Dit huis vol mensen
Go down Moses
Bevrijding voor iedereen
Het thema is voor deze viering “Bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders”. De theoloog Janneke Stegeman schreef het essay “Alles moet anders” met als ondertitel: “Bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders”. Dat confronteerde ons meteen met onze geschiedenis. Onze Vaderlandse geschiedenis. We waren ons bewust van ongemak. Nog altijd, in deze tijd zijn er, mijn privileges en onze privileges als witte mensen. Dat betekent kritische zelfreflectie. Niet wegkijken of bagatelliseren, maar wel: hoe werkt het verleden door in het heden, als het gaat om ons koloniale verleden. Hoe werden slaafgemaakten in Suriname en de Ned. Antillen behandeld. Hoe werden, ná de Tweede Wereldoorlog de mensen uit Zuid- Oost Azië : KNIL-militairen, Molukkers en hun gezinnen, behandeld.
Zoals Janneke Stegeman schrijft “Om bevrijding te brengen, moet traditie steeds van zichzelf worden bevrijd. Dan gaat het over Bevrijdingstheologie, want theologie gaat over bevrijding voor iedereen!”.
We hoorden Louis Armstrong met de gospel “Go down Moses”. Gospelteksten, die gaan over geloof, hoop, liefde en bevrijding, met bijbelse verwijzingen. Hij zong, zoals de slaafgemaakten voor hem zongen, want zingen tilt je, als het ware, op. Dat gaf slaafgemaakten kracht, hoop en was hun verzet tegen onrecht. Wij leven hier en nu en we zijn allemaal, als het ware, koorddansers in deze, voor mijn gevoel, chaotische tijd. Hoe blijven we in balans en houden wij vertrouwen, veerkracht, moed en hoop, gericht op de toekomst.
Go down Moses
Herdenk het verleden, investeer in de toekomst
Kort nadat onze dochter in Curaçao was gaan wonen en we daar logeerden bezochten we in Willemstad het slavenmuseum. Wat we daar hoorden en zagen was zeer confronterend. Het was het verhaal over de betrokkenheid en werkwijze van de West-Indische Compagnie en dus ook van de betrokkenheid van Nederland bij de slavenhandel. Curaçao kwam in 1634 in handen van Nederland (toen nog officieel de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden). Vanaf ongeveer 1660 was Curaçao een belangrijk handels- en doorvoercentrum voor tot slaaf gemaakte Afrikanen op weg naar Latijns Amerika.
De Curaçaose gids vertelde ons hoe mensen in Afrika werden gevangen door het overvallen van dorpen waarbij huizen werden geplunderd of mensen werden gegrepen als ze in kleine groepen onderweg waren naar een markt of waterbron. Ook lokale machthebbers en handelaren waren daarbij actief. Gevangenen werden naar de kust gebracht waar ze met Europese schepen over de Atlantische Oceaan werden vervoerd. In het museum kregen we een model te zien van een schip waarmee de mensen werden vervoerd. Een schip met een lengte circa 30 meter, een breedte van 6 à 7 meter, met tussen 300 tot 600 tot slaaf gemaakte personen. Extreem weinig ruimte in tussendek en benedendek. Slecht licht en ventilatie, hitte, stank en ziekte, weinig water en voedsel. Tussen 10 en 20 % overleefden de reis niet die soms wel 12 weken duurde.
Dat hebben wij Nederlanders ver achter ons gelaten, denken wij…………
In 1863 werd de slavernij afgeschaft. Echter Nederland had daarna nog steeds de wingewesten in Indonesië en Suriname en het koloniale bestuur zorgde er voor dat veel rijkdom, afkomstig van daar opgezette plantages ook na het afschaffen van de slavernij nog naar Nederland vloeiden. Pas in 1949 erkende Nederland onder sterke druk van de VN de soevereiniteit van Indonesië, na gevechten met soms gruwelijke acties, ook van “onze soldaten”. Daarna volgden de misstanden in Nederland met in woonoorden of kampen weggestopte Molukse KNIL militairen aan wie van alles was beloofd. De aandacht daarvoor kwam pas nadat deze werd afgedwongen door treinkapingen en gijzelingen. Met de overdracht in 1962 van Nederlands Nieuw Guinea aan Indonesië en met de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kwam er uiteindelijk een eind aan ons koloniale verleden.
Wij Witte Nederlanders dachten dat we het daarna nog zo gek niet deden op gebied van misbruik van arbeidskrachten en discriminatie. Maar zien we de mensen uit de voormalige koloniën en andere gekleurde mensen die hierheen zijn gekomen als arbeidsmigranten of vluchtelingen nu echt als onze gelijken?
Alles overziende is de vraag hoe het in Gods naam mogelijk was dat dit alles heeft kunnen gebeuren in een land waar het vol stond met kerken en waar priesters en dominees Gods liefde verkondigden. De theologie zoals die in vorige eeuwen werd bedreven was in elk geval niet kritisch op de koloniale ontwikkelingen, integendeel ze voedde het idee dat God had bedacht dat de witte mens superieur is en de brenger van de beschaving. De wijze waarop de bijbel werd gelezen bood ruimte voor een superioriteit van de christelijke, witte, westerse cultuur. En dat werkt nog steeds door, ook omdat wij nog steeds niet of onvoldoende geïnteresseerd zijn in hoe de niet witte medemens onder ons, ons gedrag ervaart. Als wij dat herdenken is terugzien op het verleden niet genoeg. Het is herdenken én investeren in de toekomst.
Blijf niet staren op wat vroeger was.
Sta niet stil in het verleden.
“Ik”, zegt hij “ga iets nieuws beginnen:
het is al begonnen, merk je het niet?”.
Zingen: Blijf niet staren
Bevrijding van witte Nederlanders
En toen moesten we natuurlijk de bijbel er nog bijhalen. Dit keer gaat het om bevrijding van ons, witte Nederlanders. De rollen worden omgedraaid. Dat schuurt wel een beetje. Wij als voorbereidingsgroep hebben er best moeite mee gehad. We voelen er niets voor om ons opnieuw een soort schuldgevoel te laten aanpraten. Wij, van onze basis, wij weten maar al te goed van het onrecht en proberen daar op heel veel verschillende manieren wat aan te doen. Maar misschien zien ook wij nog dingen over het hoofd? Een van de verwijten is dat deze bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders kan leiden tot moreel superioriteitsgevoel bij activisten. En tot selectief bijbelgebruik en ja, dat laatste zal beslist kloppen.
Wij gingen kijken naar bekende verhalen die wij in onze basis vaak gebruiken. De topper is toch wel ‘De uittocht uit Egypte’. Daarop baseert zich de bevrijdingstheologie waaruit onze basisgemeenten zijn ontstaan. Maar nu gaan wij het in een andere context lezen, met daarbij vooral een blik in de spiegel. Dat wil zeggen: we kunnen ons niet zomaar vereenzelvigen met het slavenvolk dat o.l.v. Mozes door de Rode Zee trok. Maar wie zijn wij, witte westerse Nederlanders, dan WEL in dit verhaal? De Farao? Hoe houden wij nu in deze tijd mensen klein, of in de verdrukking? Wie laten wij niet vrij, ondanks dat we beter zouden moeten weten? Omdat het makkelijker is, omdat we toch wel willen houden wat we hebben, en om heel veel redenen meer? En wat kunnen wij doen? We zijn onderdeel van een systeem, zonder daar veel aan te kunnen veranderen. Gewoon door inwoner van NL te zijn dragen we bij aan oorlogen en armoede elders. Daar zou je je toch totaal machteloos bij gaan voelen?
Misschien, als we het in deze context lezen, zijn wij de gewone Egyptenaren, die ook maar vastzitten in een onmenselijk systeem van farao’s die ten koste van alles hun macht willen behouden. Onze mogelijkheden zijn beperkt. Toen moest ik denken aan het verhaal van de vroedvrouwen. Zij kregen opdracht van de Farao om alle Hebreeuwse jongetjes bij de geboorte om te brengen. Dat slavenvolk werd veel te groot, en moest ingeperkt worden. Maar twee vroedvrouwen, Sifra en Pua, met name genoemd, waren burgerlijk ongehoorzaam. Zij lieten de jongetjes in leven. We hebben dat verhaal in het verleden al eens laten horen hier. Janneke Stegeman noemde hen zondag toevallig ook nog. Maar ik denk ook aan de dochter van de Farao die Mozes adopteerde, ook zij was iemand die iets in gang zette door een dappere daad.
Lang geleden was ik met een groepje vredeswerkers een paar dagen in Oost-Duitsland bij een vredesconferentie in de Evangelische Kirche. Het was een onvergetelijke ervaring. De predikant daar had het heel zwaar, zijn keuzes tegen het DDR-regime zorgden ervoor dat zijn kinderen niet mochten studeren, om maar iets te noemen. Het leek toen onmogelijk dat er ook maar iets zou veranderen. Het was nog volop Koude Oorlog. We zongen, daar in dat kerkje: ‘Die Gedanken sinds frei’. Dat was ook zo ongeveer het enige vrije…
En dan moet ik denken aan dat stelletje slaven dat uiteindelijk Egypte wist te verlaten. Na bakken vol ellende. Als klap op de vuurpijl stonden ze toen weer voor een woeste zee, terwijl de soldaten achter hen aan kwamen om hen weer terug te halen. Kortom, een onmogelijke situatie. Ze zaten volledig klem. Als wij die Egyptenaren zijn, dan willen we dus toch graag blijven profiteren van het werk van slaven. We kunnen eigenlijk niet goed meer zonder. Waar je misschien alleen maar die woeste zee ziet, komt er dan soms toch opeens een pad om door te wandelen. Verhalen waarin opeens wonderen gebeuren.
Ultieme doorbraken naar rechtvaardigheid in de geschiedenis waren bijna nooit het resultaat van een perfecte planning, maar veel meer van onverwachte kantelpunten. De druppel die de steen uitholt. Of je zou kunnen zeggen: de momenten waarop de ‘wind van God’ door de geschiedenis waait, zoals bij de val van de Berlijnse muur, of aan het kantelen van het morele bewustzijn rondom slavernij en apartheid. Maar daarvoor waren er ontelbare druppels gevallen, talrijke kleine vuurtjes van hoop aangestoken. Mensen die opstonden, demonstreerden, het licht brandend hielden. Die dat met elkaar deelden. En altijd bleven hopen op die wind.
Dat het ook voor ons zo mag zijn.
Zingen: Deze wereld omgekeerd
Collecte
Vandaag collecteren we voor een doel heel dicht bij huis: Moviera Apeldoorn. Slavernij en uitbuiting zijn helaas geen zaken uit het verleden. Ook in onze eigen regio zijn er mensen die slachtoffer worden van mensenhandel, gedwongen arbeid of uitbuiting door loverboys. Moviera biedt in Apeldoorn een veilige opvangplek waar deze slachtoffers rust, professionele begeleiding en een kans op een nieuw, vrij leven krijgen. Met jullie bijdrage steunen jullie direct de opvang en het herstel van kwetsbare mannen, vrouwen en kinderen in onze eigen stad.
Pianomuziek
Wie op de uitkijk staat
In 1979 werd het boek Verhalen voor de zevende dag uitgegeven. Verhalen ontstaan en verteld in twee basisgroepen. Nu, 50 jaar later, is de tekst van Jan van Opbergen nog steeds actueel.
Wie op de uitkijk staat
voor een andere wereld
staat zichzelf niet toe
dat zij opgaat in wat
bestaande toestand heet.
Wie een beter leven
voor mogelijk houdt
klampt zich niet vast
aan een burgerlijk bestaan.
Wie een vermoeden heeft
van een andere toekomst
kan niet toestaan
dat het heden haar inpalmt
en programmeert.
Hij zal wonen, overal even,
maar nergens thuis voorgoed.
ieder land beschouwt hij
als zijn vaderland
en ieder vaderland
als vreemd gebied.
Van alles wat het leven biedt
laat niets haar onverschillig
aan geen zon of zomer
gaat zij voorbij.
Geen kans op feest en geluk
laat zij schieten.
Zij is geboeid door veel dingen
en weet ervan te genieten.
Alleen, haar hart en haar ogen
houdt zij open
voor de toekomst:
vrede in aantocht
gerechtigheid in wording,
menswording, alsnóg,
verre liefde, lieve vrede,-
dat koninkrijk, tóch!
Zingen: Wonen overal nergens thuis
Colofon
Boeken:
Janneke Stegeman: Alles moet anders, bevrijdingstheologie voor witte Nederlanders
Jan van Opbergen: Wie op de uitkijk staat, uit Verhalen voor de zevende dag
Muziek:
Louis Armstrong: Go Down Moses, “Gospel Story”, Wozniak
Foto:
Nationaal Monument Slavernijverleden, Oosterpark Amsterdam
Collecte:
Je kunt je bijdrage ook overmaken op de bankrekening van de basis NL17 TRIO 0379 2541 15 t.n.v. Stichting OBA o.v.v. Moviera Apeldoorn

